Startpagina
Cyriel Coupé
Vorige pagina

Anton van Wilderode

De auteur

Op jonge leeftijd schreef Cyriel Coupé een reeks gedichten onder de titel 'Jonge Bloemen'.
Later publiceerde hij drie novellen onder de schuilnaam Maurits Wille.
Voor de novelle 'Dis al' kreeg hij in 1941 zijn eerste prijs, er zouden er nog veel volgen (zie bibliografie). Hij ondertekende met F.P. Coupé. Andere pseudoniemen waaronder hij in kranten en tijdschriften bijdragen leverde waren Maurits Wille, Jan van Delft, Godelieve van Ginste, Alfred Beets, Cato van Kaaskerke, Joost Ruyser, A., K.M. enz.
Hij koos uiteindelijk voor Anton van Wilderode. Sint-Antonius-Abt was de patroon van Moerbeke en in een telefoonboek vond hij de poëtisch klinkende naam 'van Wilderode'. Het eerste gedicht dat onder deze schuilnaam verscheen was 'Wake' in 'Dietsche Warande en Belfort' (1939/9). 'Herfstlied' werd gepubliceerd in 'Roeping' (december 1939).

 

 

Herfstlied

De doffe appelen bonzen op het dak
en heel de diepe herfstnacht hoor ik ruisen.
De honden bassen rond de kille huizen.
Het water dat niet stroomt is dik en brak.

Vergeefs zeilt deze maan zo blauw en snel
achter de slanke huiverende bomen
en vruchteloos verwart zich in de dromen
het hart dat hunkert naar het herfstlijk spel.

De wind dringt aan de ramen, maar de zin
van deze boodschap is ons vreemd geworden.
Wij liggen in de rust, de wankelmoed, de orde:
een deken dekt de lafheid tot de kin.

 

Het echte debuut als dichter kwam in 1943 met De moerbeitoppen ruischten.
Vanaf nu volgen de dichtbundels elkaar snel op (zie bibliografie).

In 1948 werd hij lid van Dietsche Warande en Belfort waarin hij ook publiceerde.
Samen met enkele vrienden werkte hij ook stiekem mee aan de Standaard der Jeugd., maar door een lek kwam een vroeg einde aan deze journalistieke bezigheid.


Naast de oude moerbeiboom door zijn vader in 1906 aangeplant
Samen met Filip De Pillecyn 1960


Tussen 1950 en 1955 werden zijn reisverhalen gepubliceerd in de Vlaamse Linie ¨en De Standaard..
Vanaf 1955 werd hij jarenlang medewerker aan de Vlaamse Televisie en in 1959 aan de schoolradio.
Van 1955 tot 1965 was hij redactielid van Jong-Cultuurleven.
In 1958 (tot 1974) werd van Wilderode hoofdredacteur van het collegeblad 'Ic Hou'.
Er volgden in 1960 en 65 twee monografieën over De Pillecyn en Demedts.

Van Wilderodes vlaamsgezindheid vertaalde zich in gedichten voor de Vlaams-Nationale Zangfeesten en voor de IJzerbedevaarten.

1975 werd het jaar van de onderscheidingen en prijzen. In april kende de KUL hem de titel toe van dr. honoris causa.
Op 22 oktober werd hij lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letterkunde. Twee jaar later werd hij opgenomen in de Europese Eresenaat.

Hij werd in 1981 lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden.

Van 1983 tot 1998 was hij redactielid van het tijdschrift Vlaanderen.

In 1984 was van Wilderode voorzitter van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.

Op 28 mei 1988 werd hij aangesteld tot ereburger van Sint-Niklaas en in 1993 werd hij ere-deken van het Christelijk Vlaams Kunstenaarsverbond.

 

De vertaler

Anton van Wilderode vertaalde o.a. twee jeugdopera's van Eberhard Werdin : De wonderklok en Mannetje Neus.
Van Sofokles volgde het treurspel Filokletes en van Benjamin Britten A ceremony of Carols.

Meest bekend is de vertaling in versvorm van Publius Vergilius Maro uit het Latijn waaraan de dichter 15 jaar heeft gewerkt. De volledige Vergiliusvertaling bevat de Georgica, de Bucolica en de Aeneis.
In 1988 en 1995 verschenen gedichten van Horatius vertaald in 'Liederen uit mijn landhuis' en 'Voltooid mijn monument'.


Uit 'Georgica'

De stugge grond vooreerst, de schriele heuvels
waarvan de kleilaag dun is en de kiezel
verzonken in een bodem vol bossage:
daar groeien volop krachtige olijven,
aan Pallas toegewijd. Die grond herkent men
door de aanwezigheid van oleasters
die er ontallig tieren en de velden
bedekken met een hagel wilde vruchtjes.

Het zonnelied is een vertaling van een middeleeuws gedicht van Franciscus van Assisi.

Postuum verscheen zijn vertaling 'Sappho' onder redactie van Patrick Lateur.

 

De spreker

 


Ontelbare keren doorkruiste van Wilderode de Vlaamse contreien om voordrachten te geven over zijn reizen, over kunst, over literatuur. Hij leidde vele tentoonstellingen in, boeide in een ontelbaar aantal homilieën en sprak op allerhande herdenkingen.


De scenarist

Van Wilderode blonk ook uit in het schrijven van scenario's voor radio (bvb. de Rubensserie uitgezonden in 1977 door BRT en AVRO) en TV (o.a. realisaties Jan Joos). Hij verzorgde o.a. meer dan tweehonderd uitzendingen voor de toenmalige schoolradio en talrijke televisiebewerkingen.
Passio Domini was een openluchtspel voor de Heilige Kerstparochie van Gent (1962) en De Groote Stooringe een showspel voor het Blauwvoeteriejaar opgevoerd in Roeselare (1975).

De Standaard schreef over het libretto van De Antikwaar (een TV-kameropera van Jef Maes gerealiseerd door Mark Liebrecht uit 1959) :

"Anton van Wilderode heeft dit thema
uitgewerkt in een boeiende vorm, die geheel aan de vereisten van de TV- en de kameropera beantwoordt : meeslepende innerlijke en uiterlijke actie, gedragen door een subtiele taal, waarvan het dichterlijk element met echte kunstenaarsintuïtie gedoseerd is."


De Vlaams-nationalist


Hij was een flamigant van huize uit. De vlaamsgezindheid van de humaniorastudent werkte o.a. inspirerend voor Maurits Coppieters.
Bij herdenkingen van de Guldensporenslag (1966 Kortrijk) of van de studentenopstand olv. Albrecht Rodenbach (1975 Roeselare) schreef hij de teksten.

Als voorstander van amnestie nam hij deel aan een heel aantal initiatieven :

  • oproep aan Boudewijn tgv. diens zilveren ambtsjubileum in 1976.
  • open amnestiebrief tijdens een audiëntie bij de paus in 1984.
  • homilie tijdens een amnestiemis in 1985.

Hij ondertekende in 1976 samen met andere bekende schrijvers het manifest waarin de eis tot het behouden van de grenzen van Vlaanderen werd geformuleerd.

Hij was ook verschillende keren tekstschrijver voor het Vlaams Nationaal Zangfeest.

Tenslotte was hij de schrijver van meerdere bedevaartteksten tussen 1950 en 1985.


De reiziger

"Reizen was voor mij verhevigd leven" zegt van Wilderode. Vanaf 1936 bezocht hij minstens éénmaal alle Europese landen. Het begon met een studentenbedevaart naar Rome. Meestal werd hij op zijn reizen vergezeld door vriend en priester Fernand Van de Velde.
De enige reisbeurs die hij kreeg van het ministerie van Nederlandse Cultuur bracht hem naar Zuid-Afrika.

Zijn reisindrukken werden elke dag zorgvuldig neergeschreven in een dagboek aangevuld met prentkaarten en folders van de streek.